Madeira: inleiding.

Het is een lang gekoesterde wens. Wandelen op de levada’s van Madeira. De 300 jaar geleden aangelegde irrigatiekanalen vormen met hun lichte verval en de parallel lopende onderhoud-paadjes ideale wandelroutes over een eiland dat bekent staat als het bloemeneiland. Madeira beschikt over 2000 km aan levada’s. Alles lopen is onbegonnen werk en ook zijn sommige levada’s of te smal en gevaarlijk of compleet overwoekerd en dan houdt het op. 

                                    

Van te voren hebben we dan ook een lijstje van levada’s gemaakt die worden aanbevolen en die in de buurt van ons hotel liggen. Het komt er op neer dat we in het gunstigste geval een derde van het eiland zouden kunnen verkennen. 

Het weer is in januari wisselvallig en dat zou het ook tijdens ons bezoek zijn. De temperaturen lopen uiteen van dagelijks 18 á 20 graden in de hoofdstad Funchal tot soms slechts enkele graden boven nul boven in de bergen op bijna 1900 meter. Er tussen in kan het warm en koud zijn. Tijdens een van onze wandelingen (levada do Furado) zou het niet warmer worden dan 7 graden (we hebben een thermometer aan de rugzak hangen). Deze tocht loopt op zo’n 700 meter hoogte. Tijdens het bezoek aan de Botanische tuin op 500 meter boven Funchal schijnt de zon met 18 graden. Ook het weer zelf verschilt enorm met de plek waar je bent op het eiland.

Verschillende malen zien we de zon schijnen op de hotels aan de westkant van Funchal, terwijl we zelf op nog geen 200 meter van de kust in de (mot)regen lopen op zo’n 600 meter hoogte. We horen later van andere reizigers dat op diezelfde dag de toppen boven de wolken uit staken en zij de hele dag zon hadden gezien!

                                      

Ook aan de vegetatie is te zien dat er grote verschillen zijn. Aan de kust palmbomen, bananenplantages, suikerriet. Iets hoger (400 meter) druivenakkers, allerlei soorten fruitbomen. Nog wat hoger ongeveer vanaf 1000 meter uitgestrekte bossen met eucalyptussen, pijnappelbomen en nog hogerop ook veel dennen en sparren. Boven de 1600 meter groeit er vrijwel niets meer. Op de laatste dag had er op de toppen nog sneeuw gelegen die de dag ervoor was gevallen.

Het verslag is ingedeeld in 7 dagdelen (zie ook het overzichtskaartje voor de locatie).